‘De natuur is zo’n complex geheel, daar kun je toch geen orde in scheppen. Laat de natuur daarom zijn gang gaan en houd op met bestrijden. Doe je iets tegen de luizen, haal je het voer voor lieveheersbeestjes weg. En als je binnen mieren bestrijdt, dood je niet alleen de mieren buiten én die van de buurman maar ook alle bijen in de buurt. Zo klein en kwetsbaar zijn insecten. Beter is om met de natuur mee te bewegen en insecten de ruimte te geven.’
Jan Graafland van natuurmonumenten.
Tips voor meer insecten
- Doe niets en laat je verrassen! Laat hout liggen en oude planten staan en maai niet alles weg. Schoffel en hark ook niet teveel. Houd de tuin minder netjes dan je gewend was.
- Maak rommelhoekjes waar brandnetels mogen groeien; daarop zetten veel vlinders hun eitjes af.
- Maak geen ‘eilandjes’ van planten met daaromheen centimeters zwarte aarde, maar zorg dat alles dicht begroeit.
- Koop planten met meeldraden (met stuifmeel), daar houden bijen en vlinders van. Let op dat insecten ook met hun roltong bij de nectar kunnen komen. Bij petunia’s – klokvormige bloemen – lukt ze dat bijvoorbeeld niet (zie: planten waar vlinders dol op zijn).
- Hang een insectenhotel op. Zorg dan ook voor bloemen met stuifmeel in de buurt. Wilde bijen leggen bij elk eitje een klompje stuifmeel klaar.
- Niet ieder insect vereist een insectenhotel. Een stapel stenen of een omgekeerde bloempot met wat stro helpt al. Laat ook de zaaddozen staan in het najaar, bijvoorbeeld die van klaprozen. Daar schuilen spinnen in.
- Werk met de natuur, dus koop je mest, potgrond en inheemse planten duurzaam gekweekt en/of biologisch. Niet ieder tuincentrum of plantenwinkel heeft dit al in huis, maar als we er allemaal om vragen, dan past de markt zich wel aan.